Een verhuurder kan een huurder niet zomaar uit de huurwoning zetten. Dat heeft te maken met de wettelijke huurbescherming. De huur moet altijd schriftelijk worden opgezegd. Dit geldt voor huurcontracten voor onbepaalde én bepaalde tijd. Wanneer de huurder binnen zes weken niet of afwijzend op de opzegging reageert, kan de kantonrechter de huurovereenkomst ontbinden. De gevallen waarin de verhuurder de huur mag opzeggen worden hierna besproken.
Als de bewoner zich aantoonbaar slecht gedraagt, mag de verhuurder de huur opzeggen. Dit is bijvoorbeeld het geval als de huurder weigert de afgesproken huurprijs te betalen. Dit geldt ook als de huurder door faillissement zijn huur niet meer kan betalen. Als de huurder herhaaldelijk overlast veroorzaakt of zich niet aan de huisregels houdt, is dit eveneens een grond voor huurbeëindiging.
Als de verhuurder met een aanbod voor een nieuwe huurovereenkomst komt, is het de bedoeling dat huurder en verhuurder tot overeenstemming komen. Als de huurder blijft weigeren om op het aanbod in te gaan, mag de verhuurder de huur opzeggen. Het aanbod van de verhuurder moet wel redelijk zijn en aan de wettelijke eisen voldoen. Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling dat hij of zij op deze manier de huur fors verhoogt.
Als de verhuurder het pand wil aanpassen aan het geldende bestemmingsplan, mag hij ook de huurders uit de woning zetten. De verhuurder moet in dit geval wel aantonen dat hij concrete plannen heeft en dat de aanpassing aan het bestemmingsplan noodzakelijk is.
Ook als de woning dringend nodig is voor een andere bewoner, is dit een gegronde reden om de huur te beëindigen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de bewoner het huis zelf dringend nodig heeft. Ook als de woning is bestemd voor een bepaalde doelgroep, zoals gehandicapten of studenten, kan de verhuurder eisen dat de woning alleen door iemand uit de doelgroep wordt gebruikt. De verhuurder moet afdoende bewijzen dat de dringende noodzaak voor huurbeëindiging bestaat.
Zelfs een huurcontract voor bepaalde tijd is aan regels gebonden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een tijdelijk contract waarin een optie voor verlenging is opgenomen. De huurder en verhuurder moeten in dit geval tijdig aangeven indien ze het contract willen beëindigen. Zo niet, dan gaat de verlenging stilzwijgend in.
Bij een tijdelijk huurcontract zonder optie tot verlenging kunnen huurder en verhuurder hooguit eenmaal afspreken het contract te verlengen. Bij een volgende verlenging wordt het huurcontract automatisch omgezet in een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. In dat geval krijgt de huurder recht op huurbescherming.
De huurbescherming blijft zelfs gelden wanneer het eigendom van een woning in andere handen overgaat. Een uitzondering hierop vormt het eventuele faillissement van de verhuurder. Als de hypotheekverlener geen toestemming heeft gegeven voor verhuur van het pand, mag deze eisen dat de huurders vertrekken.
Voor de huurder is het eenvoudiger om de huur op te zeggen. Hij of zij geeft schriftelijk aan de huur te willen beëindigen. Dit moet minimaal één betalingstermijn van tevoren. Meestal is dit één tot drie maanden. Zodra de verhuurder de opzegging schriftelijk bevestigt, is deze definitief.

