Wanneer je je wilt inschrijven bij een woningcorporatie of commerciële verhuurder voor een huurwoning, dan mag de organisatie inschrijfgeld of lidmaatschapsgeld vragen. Voor dit geld kom je op de wachtlijst en houdt de organisatie je op de hoogte van beschikbare woningen.
Wanneer je nieuwe huurcontract ingaat, moet je bij vrijwel alle verhuurders borg betalen. Dit bedrag heeft vaak de waarde van een of twee maanden huur. De verhuurder gebruikt het als een soort verzekering voor als je iets aan de woning beschadigt of verzuimt de huur te betalen. Als je je als een nette huurder gedraagt, krijg je de borg na afloop van het huurcontract gewoon terug. Zorg daarom dat je schriftelijk vastlegt hoeveel borg je hebt betaald.
De verhuurder mag geen sleutelgeld of entreegeld vragen. Dit is een vergoeding waarmee jij het recht krijgt om in de woning te wonen. De verhuurder doet verder niets met dit geld en je krijgt het ook niet terug. Als je kunt bewijzen dat je sleutelgeld aan de verhuurder hebt betaald, kun je het via de kantonrechter terugvorderen.
Overnamekosten zijn wel toegestaan. De verhuurder mag geld vragen voor roerende zaken in het huis. Dit zijn zaken die niet aan het huis vastzitten. Denk bijvoorbeeld aan vloerbedekking, verlichting of gordijnen. Voor een keuken of badkamer hoef je geen overnamegeld te betalen, ook al zet de verhuurder die er speciaal voor jou in. De kosten hiervan moeten in de huur worden verrekend. Je kunt ook overnamekosten betalen aan de vorige huurder. Je spreekt in dat geval af dat die zijn of haar gordijnen of meubelen achterlaat, in ruil voor een bepaald bedrag. Leg je afspraken steeds schriftelijk vast, zodat je er later geen problemen mee krijgt. Door zaken van de vorige huurder over te nemen, zoals verlijmde vloerbedekking, neem je ook de verantwoordelijkheid hiervoor over. De verhuurder mag aan het einde van het huurcontract eisen dat je de woning in oorspronkelijke staat terugbrengt.

